Welkom op de website Wandelen voor Integratie!

Op zaterdag 25 april 2009 startte Sedat Cakir met een sponsorvoettocht van Zandvoort naar Istanbul. Hiermee maakt hij een verbinding tussen de Noordzee, via Wenen langs de Sultanstrail naar het graf van de sultan in Istanbul aan de Bosporus. Een verbinding tussen Nederland (zijn thuisland) en Turkije (zijn geboorteland).

Nevendoel van deze wandeltocht is om geld in te zamelen voor de Stichting Atay die financiele ondersteuning biedt aan mensen met nierproblemen en kanker en een behandeling behoeven. Kijk voor meer info op www.atay.nl.

De totale afstand van deze tocht is ruim 2.800 kilometer, het verwachtte aantal loopdagen is 110. De landen die onderweg worden aangedaan zijn: Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Servië en Bulgarije.

Lees op deze site meer over wandelen, gezondheid en volg Sedat op zijn tocht. De complete wandeling, met routes, is ook te volgen via www.trackr.nl/user/sedatcakir.

Route kaarten onderweg en foto’s van de reis

25 augustus 2009

Let op afhankelijk van je internet snelheid en lengte van de wandeling kan het lang duren voordat de kaart opent, dus wees geduldig.
Zoals jullie het weten, geduld is een schone zaak.

Foto’s op een onwillekeurige volgorde kan jij hier vinden.  

Als je de foto’s wilt gebruiken, het mag, graag met de bronvermelding van www.Sultanstrail.nl en de naam van de fotograaf.

Route Turkije.

Route vanaf Sofia.

Belgrado naar Istanbul.

Wenen naar Istanbul.

Zandvoort naar Wenen.

Voor dagafstanden zie desbetreffende dag.

 

Schaduw van een reiziger op Sultan's Trail

Schaduw van een reiziger op Sultan's Trail

admin Uncategorized

Verhaal van Madelon

16 augustus 2009

De tocht van Kapikule naar Istanbul is een van de mooiste dingen die ik ooit heb meegemaakt. Ik weet zeker dat ik, in heel mijn leven, nooit meer zoiets speciaals zal zien! Alles geeft zo’n prachtig gevoel - de dorpelingen die zo verbaasd, maar ook zo blij zijn om je te zien, en je alles geven wat ze te bieden hebben..

De politie en het leger, die compleet uit hun rol vallen als ze je zien en flink aan het opscheppen zijn met hun zwaailichten, maar ook gewoon heel erg lief kunnen zijn en waar je uren mee kan zitten om Frans mee te praten..

En gewoon het gevoel wat je krijgt van het lopen - zo’n ultieme vrijheid, de lange lange weg die uitstrekt tot aan de horizon, of de berg over, en dat je weet dat je hem kan trotseren - dit zijn maar een paar van de prachtige dingen die we hebben meegemaakt.

En ook al zat het soms tegen - geen water meer, verdwaald - die dingen horen er ook maar bij, en vallen in het niet bij het geweldige gevoel wat je krijgt als je deze fantastische wandeling volbracht hebt.

Ik weet dat er nu flinke plannen zijn om dit een officiele route te maken - de ECHTE Sultan’s trail - en zodra alle wegen en routes geperfectioneerd zijn, zal ik iedereen (!) aanraden om het ook te lopen. Ook al zal niet iedereen politie hebben om ze overal te volgen en te beschermen, ik weet zeker dat iedereen zijn eigen mooie dingen op de route mee zal maken waar ik jaloers op zal zijn :).

Lees verder op weblog van Madelon
http://sultanstrail.blogspot.com/
Foto’s van Madelon op Sultan’s Trail 2009

admin Uncategorized

Verhaal van Soraya Lale Çakır

13 augustus 2009

Dit verhaal is van Soraya Çakır.
Dit heb ik mee.
Zwembroek_broek_shirt_tas_klein tasje met pleisters enz_mp 3_doekjes.
nu ga ik beginnen met het verhaal.
We gingen met de taxi naar het punt waar we gingen lopen.
We gingen even bij een cafe zitten en wachten op mijn vader.
En mijn tas lekte van de ice tea.
En toen kwam mijn vader.
En we gingen weer bij het cafe zitten en praten en ik mocht de stok van mijn vader vast houden.
En hij heeft een hele lange baard en snor en hij zweet helemaal.
En we deden allemaal geld in de pot om te eten en te drinken
.en even wat drinken en ik ging wat vragen stellen aan een vriendin van het wandelen naar Santiago .En nu de bagage pakken en we gaan lopen naar Hadimköy en nu gaan we lopen.
En we gingen lopen.En toen gingen we rusten en ik en een meisje Madelon en een oudere vrouw Marjan gingen zwemmen was leuk maar de bodem was moerassig maar we zakten er niet doorheen gelukkig maar.en toen lekker drogen en toen gingen weer lopen.
en 8 kilometer verder zagen we de politie weer die gaan steeds met ons mee voor de veiligheid.en we kregen drinken van de politie en we gingen een stap verder gingen we naar de heuvel lopen en de bagage ging in de politie auto.en ik en Madelon gingen in de politie auto we hadden geen zin meer om te lopen. en de politie volgde steeds en ze stopen steeds achter ons en dan gingen we verder.en we zijn er nu bijna nog een klein stukje.en we wachten weer tot ze door lopen.en de politie man die reed die werd omgeroepen maar ik en Madelon dachten dat hij dat uit verveling deed maar dat was niet zo maar nu gaat hij weer er achteraan.en nu staan we weer stil.inmiddels zijn we er maar ik en dat meisje en mijn moeder zijn er alleen en mijn vader en de rest zijn nog aan het lopen.nu komt een andere man met de politie auto die mee was gelopen.bij ons en even wachten en toen kwam de rest lopen.en we werden met een andere politie auto van istanbul vervoerd en we reden en we gingen naar een restaurant maar het ging net sluiten maar we mochten nog wel eten en het eten was echt lekker.en nu gaan we weer.en we zitten weer in de politie auto.en we zijn bij een soort cafe van de politie en we gingen aan een tafel zitten met de politie thee drinken en er zijn ook eenden ik heb ze geaaid.en ik ging daarna achter ze aan en ik heb er een gevangen maar hij ontsnapten.en een man deed kunsjes met een hond.en toen gingen we weer in de politie auto en we werden afgezet bij een hotel maar het was te duur en afscheid nemen van de politie.en we gingen met een taxi naar een ander hotel daar gingen we overnachten eerst lekker douchen en daarna slapen.en de volgende ochtend ging de wekker om half zeven het ging per ongeluk maar we gingen weer verder slapen en daarna lekker ontbijten was wel lekker.maar we gingen even niet lopen want het bliksemde en regende en donderde keihard.en daarna hield het op met al het regen en de rest.en daarna gingen we gingen eers met de bus en daarna lopen naar een cafe en daar na gingen we naar een moskee en ik en Annemieke bleven wachten op de rest.en even later kwam de rest.en we gingen weer lopen.en daarna ging mijn vader bidden en wij gingen naar de Maria kapel en er hingen mooie dingen.en toen was iedereen stil.en daarna gingen we naar de souveniers.en even later gingen we weer lopen.en lekker sjuderange was heerlijk.en weer lopen uiteindelijk zijn we aangekomen er wacht al een vrouw van de Nederlanse pers die ging foto’s maken voor de krant daarna gingen we naar topkapi paleis en daar stonden heel veel journalisten ze gingen vragen stellen.en daarna gingen we naar een cafe en ik kreeg nog een ijsje.en we gingen nog even lopen naar het hotel maar ik en mijn ouders bleven daar niet meer slapen maar de rest wel en we gingen nog wel lekker douchen en daarna gingen we eten bij een restaurant.en daarna gingen ik en mijn ouders met de taxi naar het huis van de kennis van mijn vader.en de volgende ochtend gingen we met de auto naar de Consulaat en daar kregen we eten en drinken nu lekker naar een cafe lekker gedronken .daarna gingen we met de tram.en toen weer naar het Topkapı paleis en daar kregen we een rondleiding veel mooie dingen gezien maar op een plek mocht je geen foto’s maken maar ik had heel stiekem wel foto’s gemaakt.daarna gingen we weer bij een cafe zitten.en weer naar het hotel lopen.en bij het hotel ging ik mandalas maken.en we gaan nu naar de kapper ik mag mijn vaders baard knippen leuk eerst mag ik met een schaar knippen en daarna met een tondeuse en daarna ging de man het gewoon doen van de kapper en daarna was het laatste avondje met zijn allen.

Soraya Çakır 10 jaar.

admin Uncategorized

Dag 108. Ontvangst door Consulaat Generaal in Istanbul en rondleiding in Topkapı paleis

8 augustus 2009
Sedat bij de kapper

Sedat bij de kapper

Wij zijn vandaag ontvangen door de Consul Generaal Onno Kervers op de consulaat in İstanbul. Ontvangst was zeer hartverwarmend.

Wij waren allemaal aanwezig zonder dat Frans ons verzocht had om om weer verder te gaan. Wat hadden wij Frans dede onderweg nodig om ons vriendelijk doch dringend te verzoeken om verder te gaan lopen.

Verslag van Yvonne:

Zaterdag 8 augustus: Ontvangst op het Nederlands consulaat

Na het ontbijt lopen we naar de Europese wijk waar ons consulaat gevestigd is. We moeten ons nog haasten maar we zijn op tijd. Bij het hek worden we gecontroleerd en mogen we naar binnen. Het is een mooi gebouw met een schitterend uitzicht op de Bosporus. Het Algemeen Dagblad is vertegenwoordig door Marc en zijn vrouw. Ook leden van de vereniging zijn aanwezig. Verder de consul en de vice-consul.

We krijgen een toespraak, een certificaat van de sultan’s trail wordt individueel door de consul en Sedat aan ons uitgereikt. Wim en Sedat bieden symbolisch een bedrag aan dat opgehaald is voor de Stichting Atay. We krijgen koffie, we krijgen thee. We praten en kijken.

Na een uur vertrekken we en gaan we met de groep, Marc, de journalist en zijn vrouw wat drinken. Sedat wordt geïnterviewd. Zijn vrouw en de vrouwen van de groep gaan dan winkelen, een half uur zeggen ze, het wordt ruim anderhalf uur.

Geen tijd meer voor bezoek aan de Suleymanmoskee maar snel met de metro naar Topkapi paleis voor de rondleiding. We hadden gezegd er om 14.00 uur te zijn en dat wordt dan 14.45 uur want de groep wil nog een ijsje en krijgt er een van Frans. Ik loop dat mis want ik ben al weer ver vooruit. Ik houd dat nog te goed van hem, zegt hij en krijg dat alsnog de volgende dag. Het Topkapipaleis gaat nl. om 17.00 uur dicht en dus is de tijd al krap zeker als je nog de vertrekken van de harem wil zien.

De gids geeft ons een uitstekende rondleiding. Hij moet het een half uur inkorten omdat we laat zijn en er nog mensen zijn die daarna de harem willen bezoeken, want die vertrekken vallen niet onder zijn rondleiding. Zijn verhalen zijn interessant. Het is er druk. Om 16.30 uur rondt hij het volgens afspraak af. Het blijkt dan natuurlijk dat de tijd te krap is om nog naar de harem te gaan en deze te bezoeken. We gaan dan maar wat drinken. Het cafe/restaurant in Topkapi is echter veels te duur voor onze pot, waar de bodem al in zicht is. We gaan dan maar buiten het paleis wat drinken.

Hierna verspreidt de groep zich. Sommigen gaan naar de Blauwe moskee, anderen naar het hotel.

Later verzamelen we ons om met Sedat naar de kapper te gaan. Een emotioneel moment voor hem: zijn baard gaat eraf. Soraya begint met knippen, later neemt de barbier het over. Ik volg het hele proces. Zie dat nu bij Sedat de tranen over zijn wangen rollen. Dit is dan echt het einde van zijn tocht.

Een schoongeschoren Sedat staat later voor ons en we gaan met zijn allen wat eten, ons laatste diner gezamenlijk. Sedat vraagt ons wat voor ons het belangrijkste moment is geweest op deze tocht. Dat is verschillend: genoemd worden: het weerzien van Sedat bij de Bulgaarse grens, het aanbieden van voedsel en water door de vrouwen bij de eerste kampeerplek, ons zingen voor het 40-jarig huwelijksjubileum van Wim toen hij zijn vrouw belde, een telefoongesprek met het thuisfront, het interview van Sedat op het einde, het weerzien van vrouw en kind van Sedat, de Mariakapel.

Niet alle gasten zijn na afloop tevreden over het eten. Er wordt dan ook geen fooi gegeven. De  eigenaar waar bij geklaagd wordt biedt ons een herkansing aan de volgende avond, maar dan zijn we er niet meer.

Dit is dan echt het einde van onze gezamenlijke onderneming. Hierna gaat de groep uiteen. Zondag gaan Madelon en Frans terugvliegen naar huis en Tini, Annemiek en Marjan met de bus naar de Zwarte Zeekust. Sedat met vrouw en kind gaan maandag naar de Zwarte Zeekust en Wim en ik blijven in het hotel in Istanbul en vliegen donderdagavond terug naar huis.

admin Uncategorized

Dag 107. Eyüp Sultan naar Topkapı Paleis (İstanbul)

8 augustus 2009

Klik hier voor de route.

Wij hebben gisteren avond gemerkt dat hulp niet altijd helpen hoeft te betekenen. Wijzijn doorbehulpzame agenten van de stads politie van Istanbul bijna drie uur rondgereden in een politie bus rond diverse wijken van Istanbul. Na middernacht zijn wij uit arre moede naar een hotel midden in de stad gaan slapen.

’s-ochtends zijn we wel met een goede humeur wakker geworden. Een goed bed en een goede nachtrust doet wonderen. Na het ontbijt zag het weer er niet zo goed uit. Alles wat in de hemel aan water was opgeslagen kwam naar beneden. Dus hebben wij in ons onmetelijke wijsheid besloten om nog een kopje koffie en thee te nemen.

Toen de waterkraan uiteindelijk dicht ging, gingen wij per stadsbus richting ons beginpunt van vandaag, Eyüp Sultan, heen.

Eyüp sultan is een mytische heilige figuur die na de eerste belegering van İstanbul door de Arabieren buiten de stadsmuren van Istanbul ging wonen in de hoop om de verovering van Istanbul mee te maken. Hij was een van de metgezellen van de profeet (s.a.v.). Hij is hier overleden en begraven.

Zijn graf is na het veroveren van Istanbul gevonden en in ere hersteld. Het is een krachtige plaats met een sterk religieuze uitstraling. Sommige mensen dichten ook geneeskrachtige werking toe aan de tombe.

Wij zijn meteen gefilmd voor de promotie filmpje van de stadsdeel Eyüp om op billboards uitgezonden te worden om mee toeristen naar het stadsdeel Eyüp te lokken.

Na het heerlijke koffie en de gebruikelijke Turkse thee zijn wij richting de moskee van Eyüp sultan getrokken. Het is vandaag vrijdag en voor de vrijdags gebed hebben inmiddels honderden mensen zich verzameld. Tombe is tijdens vrijdagsgebed dicht.Ondanks dat het nog vroeg is voor het gebed verzamelen de gelovigen zich in het moskee in de hoop om een plaats te bemachtigen. İn de binnenplaats worden de tapijten alvast uitgerold om de gelovigen die geen plaats meer kunnen krijgen ook de gelegenheid te geven om te bidden.

Wij gaan na het bezichtigen van het graf van Eyüp Sultan richting de oude stadsmuren van Istanbul. Oude stadsmuren die een lange, woelige en spannende tijd hebben meegemaakt kijken nu naar nieuwe soort reizigers die niet uit zijn op vernieling maar op vrede. Ja, dat zijn wij. Wij gaan van Sultan’s Trail een weg van vrede maken.

Deze muren hebben eens de machtigste stad op aarde tegen de machtige legers onder aanvoering van legendarische commandanten beschermt. Istanbul was vanaf de Romeinse tijd tot aan het begin van 20ste eeuw middelpunt van de macht. Dat voel je als je de stad binnentreed.

Paar honderd meters van de stadsmuur is in een van de zijstraten een Maria kerk. Volgens de legende is Maria hier in het wit verschenen. Als ik en Wim naar de moskee gaan voor het vrijdags gebed, gaat de rest van ons group naar Maria kerkje voor bezichtiging.

Adres voor de liefhebbers is:
Meryem Ana Rum Ortodoks Kilisesi
Fatih, 34087 Tevkiicafer

We passeren Bulgaars ortodokse kerk. Het is de grootste Bulgaars ortodokse kerk ter wereld.

Lopen maakt hongerig merken we als we een boot passeren waarin verse broodjes vis verkocht worden. Lekker smullen wij van broodje vis met uien. Om je vingers erbij af te likken, zo lekker is het.

Daarna moeten we ons haasten. Wij lopen de drukke gedeelte van de stad in langs de oude aquaducten van de Romeinen en Osmanen. Gedeelte gebouwd door de Romeinen en gedeelte gebouwd door de Osmanen.
Dan langs de Grand Bazaar, Universiteit va Istanbul en eindelijk zicht op Agia Sophia met Sultan Ahmet plein. Svala, Fotograaf en vrouw van Marc, komt ons tegemoet. Meteen een vriendelijke ontvangst. Dan Bas Jansen samen met Froukje. Het is goed, het voelt goed.

Wij worden opgewacht door de directrice van Topkapi paleis. Na het hectiek van persbijeenkomst is het tijd om uit te rusten.

Frans dede vertelt aan de hand van enkele voorwerpen hoe hij mij hebt ervaren. Als de beul van Turkije omdat ik de groep vele uren heb laten lopen. Wij zijn blij dat wij het hebben gehaald. Wij zijn blij dat wij met z’n allen dat hebben bereikt. Wij beseffen dat wij zonder elkaar niet hebben kunnen redden. Ik ben blij dat ik mijn reis met geweldige mensen heb gelopen en dat de laatste 300 kilometers met dit groepje van geweldige mensen heb mogen lopen.

Ik ben blij dat ik mijn vrouw en dochter weer kan zien.

Wij zijn blij.

Sultan Süleyman 1. Regerings periode 1520 - 1566

46 jaar is sultan Süleyman de Prachtlievende aan het bewind geweest. Een tijd van gebiedsuitbreiding (hij stond 2 keer voor Wenen) en van stabiliteit (men spreekt wel van de Pax Ottomanica), maar ook van grote culturele bloei: onder het bewind van Süleyman werden tal van architectonische prestaties geleverd. Niet alleen prachtige moskeeën, maar ook hamams, aquaducten, paleizen, bruggen…
Zijn belangrijkste bouwmeester was Mimar Sinan, die ook nog onder 2 andere sultans gediend heeft.

Verslag van Yvonne:

Vrijdag 7 augustus: Istanbul: Eyup moskee-Topkapi: 9 kilometer

’s Ochtends om half 7 gaat bij mijn mobiel de wekker af. Hij zit in mijn rugzak. Ik hoor niets. De anderen wel. Ik word wakker omdat ik beweging in de kamer voel. Annemiek beduidt me dat ze mijn mobiel heeft gevonden en dat hij nu uit is. Het spijt me, heb er helemaal niet meer aan gedacht. We dommelen weer in.
We ontbijten om 9 uur beneden in de eetzaal. We zouden om 10 uur vertrekken maar dat wordt later. Er is dan ook een enorme hoosbui dus eigenlijk maar goed dat we hier droog zitten. Ik praat even met Wim, zeg tegen hem dat het me spijt van mijn uitval maar dat hij wel een behoorlijke pijnplek bij mij raakte en dat ik er nu niet verder over wil praten. Dat begrijpt hij. Het lost de spanning die ik tussen ons voel bij mij op. We vertrekken uiteindelijk dan als het droog is en gaan met de bus naar de moskee.

Het is vrijdag, dus heel erg druk. We gaan eerst iets drinken, want een aantal in de groep kunnen niet zonder koffie. Daarna bezoeken we de verschillende gebouwen op dit complex. Ik ben er al in maart geweest dus nieuw is het voor mij niet meer. We zien wat jongetjes in een prachtig costuum, die gaan voor de bijl denk ik, ze worden of zijn besneden vandaag.

Voor het middaggebed is het enorm druk. We besluiten hier weg te gaan en in de richting van Topkapi te lopen. Sedat wil in de eerste moskee die we tegenkomen bidden. Dat is het geval net na de landsmuren. Hij verwijst ons naar een Mariakapel: Meryem Ana Rum, Ortodoks Kilisesi in Fatih. Vrouwen mogen deze moskee nl. nu niet in. Wim gaat met Sedat mee. De rest bezoekt de kapel. Het is er mooi, het is er rustig. Ik ga zitten en doe mijn ogen dicht om de atmosfeer te voelen. Het voelt goed aan. De tranen stromen over mijn gezicht. Ontlading ook vanwege de spanning de afgelopen dagen, opluchting dat de tocht is volbracht en dankbaarheid voor wat er is. Het lucht me enorm op, maar ben ook verbaasd. Even later blijkt dat er hier eeuwen geleden een Mariaverschijning is geweest, reden waarom deze kapel is gebouwd. Het verklaart wel iets voor me. Voel altijd wel een speciale band met Maria.

Na deze spirituele ervaring ontmoeten we Wim en Sedat weer en gaan verder langs de Gouden Hoorn. We eten een visje, zien het aquaduct en willen dan de Suleyman moskee bezoeken. Maar dat redden we niet meer zegt Sedat, we moeten op tijd, dus om 4 uur bij Topkapi zijn. We zullen dat morgen wel doen nadat we op het Nederlandse consulaat zijn geweest. Het is nl. toch wel het echte eindpunt van de sultanstrail.

Bij Topkapi worden we aangesproken door een Nederlandse vrouw, fotograaf van het Algemeen Dagblad zo blijkt. Haar man, Marc, journalist is vandaag verhinderd.

Er komen meer fotografen en filmers. Bestuursleden van de Nederlands-Turkse Vereniging in Istanbul feliciteren ons. De directrice van Topkapi spreekt een welkomswoord en nodigt ons uit voor een rondleiding, maar daar zijn we nu te moe voor. We zullen dat de volgende dag doen. Ik zie het spektakel aan. Vind het hele gedoe wel grappig voor een keer maar ben ook blij dat geen VIP ben. Harry, mijn ex-man zal dit wel meer meemaken denk ik, ik benijd hem niet.

Degenen die het minst gelopen hebben hebben het hoogste woord. Ja, we kampeerden onderweg hoor ik mensen zeggen die daar niet veel mee ophadden. Zo gaat het dan.

Natuurlijk veel belangstelling terecht voor Sedat. Vele foto’s van hem, samen met Soraya en zijn vrouw. Zullen we die terugzien in de kranten?

Na afloop gaan we met zijn allen wat drinken, met de Pools/Nederlandse fotografe, leden van de Nederlands-Turkse vereniging en wij.

’s Avonds na een intermezzo in het hotel gaan we met zijn allen eten. Daarna gaan Sedat, Soraya en Khadija bij hun vrienden slapen en zullen ons morgen bij het Nederlands consulaat ontmoeten.

admin Uncategorized

Dag 106. Durusu Park evleri naar Şamlar (Istanbul)

8 augustus 2009
Afscheid van Sinan en Maria Sezer

Afscheid van Sinan en Maria Sezer

Durusu park bij Maria Sezer

Durusu park bij Maria Sezer

Klik hier voor de route.

Durusu park evleri naar Şamlar. 6 augustus 2009

Wij hebben heerlijk uitgerust in heerlijke bedden in een fantastische omgeving. Huis ( Villa ) van familie Sezer is in een compound midden in een bos met heerlijk geurende bomen, planten en bloemen. Wij zitten later dan gebruikelijk aan het rijkelijk bedekte ontbijt tafel. Maria is naast haar werkzaamheden als onderwijzeres ook een beroemde kunstenares en imker. Wij smullen dan ook van haar eigen honing en groente uit haar moestuin. Allemaal biologisch natuurlijk. Het smaakt goddelijk. Dan, zoals zo vaak onderweg, is er tijd om te vertrekken.

Sinan, echtgenoot van Maria, en ik hebben gisteren nacht uren aan het computer gekluisterd geweest om de juiste loop richting te vinden. Sinan houdt heel erg van om alles van te voren uit te stippelen en om op alles voorbereidt te zijn. Ik ben juist van, een andere stroming, laat alles maar over me heen komen. Ik laat me graag verrassen door omstandigheden en door het verloop van de dag en door de meewandelaars.

Maria loopt tot de hoofdweg met ons mee terwijl Sinan aanbidt om ons rugzakken tot Dursunköy mee te nemen. Dit aanbod nemen we graag aan.
Bij de hoofdweg aangekomen kijkt Sinan verschrikt naar mij en ons kleine groep als wij linea recta de velden induiken om de kortste weg naar Boyalık te nemen. Maria heeft inmiddels smaakt te pakken en loopt op haar lichte sandalen met ons mee naar Boyalık. Wij gaan langs een kleine bospad naar beneden om langs een kleine lieflijk meanderende beekje richting Boyalık te lopen.
Het is heerlijk om lachtende mensen te zien wandelen. Na het moelijke tocht van gisteren middag heeft iedereen voorlopig genoeg van bospaden en klauterpartijen door het dichte bos. Verdwalen in het bos was eigenlijk ook niet al te best voor ons humeur. Dat hebben wij overleefd door het goede aanwijzingen van het vriendje van Madelon, Dennis, te volgen. Hij heeft de goede weg via Internet voor ons uitgestippeld.
Onderweg komen een kleine boerderij met waterbuffels tegen. Er zijn nog maar enkele boerderijen over die van waterbuffel melk joghurt en kaas maken. Joghurt van waterbuffel melk is een ware delicatesse. Fluwelen smaak van joghurt blijft nog tijdlang voelbaar en is een smaak explosie in je mond. Een feestdag voor je smaakpupillen. Echt waar, jouw smaakpupillen verdienen ook om verwend te worden na alle smakeloze en door alle toevoegingen niet meer als een specifiek smaak herkenbare voedsel eens echte smaakvolle waterbuffel joghurt te nuttigen. In Trakya kan jij dat nog doen.

Het zijn makkelijke vier kilometers verder naar Boyalık dorpscentrum. Tot ons blijde verbazing wacht de gendarmerie hier ook op ons. Het zijn twee vriendelijke gendarmerie officieren. Wij gaan met muhtar ( gekozen dorpshoofd, alle dorsphoofden en burgemeesters worden in Turkije gekozen. Eens in vier jaar zijn verkiezingen ) aan de thee ( Çay ). Frans dede maakt korte filmjes en foto’s van dorpelingen en de gendarmerie. Na ons derde kopje thee komt Sinan aan in zijn vierwiel aangedreven bolide. Hij heeft de buurt verkent voor een betere wandelpad voor ons. Hij kijkt naar mij en denkt zichtbaar van ‘’die gek gaat nu weer de bossen in’’. Het is meteen dan ook de waarheid.

Als wij aanstalten maken om weg te gaan komen een paar kleine meisjes van de lokale koran school in het plaatselijke moskee naar ons toe om hun engels te oefenen. Het zijn allemaal prachtige kinderen met schittering in hun ogen en vertrouwen in het goede toekomst die zij verwachten en ook verdienen. Ik merk dat ik mij dochter ook verschrikkelijk mis. Gelukkig is zij maar een dorp verder en wacht op ons. Het zijn van die momenten waarin je een brok in je keel krijgt maar niet kan huilen.
Landschap na Boyalık is iets ruiger en wij moeten enkele modderpoelen oversteken. Maria zakt in een van de modderpoelen tot haar knie in het modder. Het ziet er wel erg artistiek uit maar loopt niet erg prettig.
İn het verte zien wij de minaret van Dursunköy. Het is inmiddels middag. Hier lopen ook enkele koeien en waterbuffels. Herders zitten verveeld langs de velden en wachten tot de kudde zich voleet. Dag in dag uit oefend zo een herder in geduld hebben en meer geduld kweken.

Wij haasten en lopen door terwijl dit ons oefening in onthaasten is. Zelfs in onthaasten haasten we ons zelf om het zo snel mogelijk te kunnen verkrijgen.

Wij gaan bij de fontein begin van het dorp water drinken en ons wassen en verfrissen. Khadija en Soraya wachten op mij aan het begin van het dorp. Ik ben blij om ze te zien. Het is wel erg lang geweest. Wij zijn weer verenigt als gezin in een verre Turkse dorpje.

Annemiek is dan ook weer beter en gaat met ons meelopen tot het einde in Topkapi paleis. Het is een goed gevoel om weer kompleet te zijn.

In het lokale dorpscafe gaan we thee en Kuşburnu (Rozebottel of Hibiscus ) thee drinken. Yvonne gaat samen met Wim inkopen doen bij de lokale kruidenier om een eenvoudige maar lekkere lunch te verzorgen. Turkse kaas, tomaat, komkommers met lekkere Turkse witte brood. Tegen 2 uur wordt het tijd om te lopen. Wij verzoeken Frans dede om ons te verzoeken om te gaan lopen.

Wij volgen Frans dede in zijn verzoek en lopen richting de meer van Ömerli. Meer van Ömerli is een van de water rezervoirs van Istanbul. Er zijn vissers langs ve oevers van de meer met barbeques al aan om de gevangen vis meteen te verorberen.
Madelon en Soraya gaan in het meer zwemmen en enkele minuten later volgt Marjan ook met een frisse duik. En duurt voor Soraya en Madelon eigenlijk te kort maar we moeten weer verder. Frans dede verzoekt ons weer verder te gaan. Na het steken van een weg komen enkele vissers naar ons toe. Ons tussen doel Sazlıbosna is paar honderd meter naar het noorden en wij moeten naar het zuiden. Visserman aan het meer is benieuwd wat wij doen met kaarten in ons handen. Ik zeg dat wij verborgen schatten zoeken. Hij wil ook meedoen.
Ik zeg dat wij de buit met zijn negenen delen en dat wij een volgende keer hem mee laten doen. Ja, ja, verborgen schatten zoeken is bijna nationale sport in Turkije.
De ongeasfalteerde weg links van het meer is saai, dus volgen een spoortje langs het meer en in het verte zien we de gendarmerie en de muhtar van Sazlıbosna met blikjes frisdrank en flessenwater ons opwachten. Wij zijn zo verbaasd en overdonderd door zoveel gastvrijheid dat wij niet weten wat wij moeten zeggen.
Iedereen krijgt een stempel in het Sultan’s trail wandelboekje van de muhtar van Sazlibosna. Na het afcheid krijgen we een nieuwe busje met gendarmerie mee tot Şamlar. Daarna zijn wij uit het gendarmerie gebied en worden overgedragen aan het stadspolitie van Istanbul. Stadspolitie is aardig maar weet niet wat zij met ons aanmoet. Dus gaan we eerst met zijn allen eten. Het is verschrikkelijk duur 100 euro voor 10 personen. Wij zijn verwend door de lage prijzen van de Turkse platteland. Eten smaakt heerlijk.
Wij gaan verder in het politie busje naar Iski stuwmeer en drinken thee met de politiemensen en de beveiligings personeel van het stuwmeer. Het is nu echt laat geworden.
Wij willen naar een hotel. Politie brengt ons naar een 5 sterren hotel maar wij kunnen niet over de prijs eens worden. Wij laten ons bij een taxi standplaats afzetten en nemen een taxi naar de stadscentrum. Na inchecken in het hotel gaan wij meteen slapen. Het was een lange en vermoeinde wandeldag met geheel onverwachtte wendingen.

Verslag van Yvonne:

Donderdag 6 augustus: Durusupark-Samlar (Istanbul): 28 km (+ ongeveer 7 km met de auto naar Samlar en vele naar Istanbul)

Na een heerlijk ontbijt en een bezichtiging van het atelier en de kunstwerken van Maria gaan we op pad naar Boyalik. Sinan neemt onze rugzakken mee en Maria besluit op het laatste moment met ons mee te wandelen. We gaan dwars door de velden. In Boyalik krijgen we thee en een stempel van de burgemeester.

Maria besluit nog verder met ons mee te lopen tot Dursunkay alwaar de vrouw en dochter van Sedat samen met Annemiek ons opwachten. We komen een kudde buffels tegen en vervolgen onze weg. Er zijn scheuren in de aarde t.g.v. de laatste aardbeving een aantal jaren geleden. Sommigen zijn met water gevuld en Maria haalt bij een sprong erover het net niet en belandt met een voet tot vlak onder de knie in de modder. Dat loopt niet echt makkelijk. Maar ze is een enthousiaste vrouw en het mag haar pret niet drukken. Voor het dorp is een bron en daar maakt ze haar voet en sandaal weer schoon.

Het weerzien van Sedat met vrouw en dochter is natuurlijk grandioos. Vooral Soraya is niet meer van haar vader vandaan te slaan. In het dorp drinken we wat en nemen afscheid van Maria en Sinan. Na wat overleg met de politie die er weer is vervolgen we nu met zijn tienen onze weg. We kunnen langs een stuwmeer tot Samlar. We zullen nog twee dorpjes passeren volgens Sedat. Ik loop weer lekker. Het stuwmeer heeft uitstulpingen waar we omheen moeten. Als Wim en Marjan gaan zitten loop ik door. Ik ga verder tot het dorp en zie jullie daar wel zeg ik tegen Khadissa. Er is weer een bocht. In de bocht een ander dorpje maar toch te ver om naar toe te gaan. Ik loop door, de bocht om, kan de anderen zo in de gaten houden of ze naar het dorp zullen gaan of niet. Het duurt best lang voordat ze komen, wel 45 minuten. Het is heet. We naderen een brug en een weg. We moeten echter verder langs het meer. De gendarme komt langs. We stoppen. Wim vraagt wat geïrriteerd waarom ik doorliep. Mijn uitleg valt niet goed: ik dacht dat het dorp dichterbij was dan het geval was en dan floep ik er ook uit dat ik negatieve opmerkingen aan mijn adres vanuit de groep zat ben. Er volgt een woordenwisseling waaruit ik opmaak dat hij mij verdenkt van met opzet niet willen horen/luisteren. Dat raakt me diep. Oud zeer komt naar boven. Ik ben enerzijds woedend anderzijds in tranen die ik niet wil laten zien. Ik haal dus uit naar hem. Zeg dat hij kan opsodemieteren en loop weg. Wil er, zeker niet met hem over praten, wil niet dat ze mijn kwetsbaarheid zien. De groepheeft het niet allemaal meegemaakt en/of negeert het. We krijgen drinken aangeboden van de gendarme en een stempel van de burgemeester van het dichtbijzijnde dorp.

We gaan weer verder. Sedat vraagt me wat er was. De gendarme had het hem verteld en gevraagd of Wim en ik een echtpaar waren want die indruk gaven we kennelijk met onze ruzie. Als ik het hem uiteindelijk vertel zegt hij lakoniek: wat geeft het als je het niet zou willen horen. Ja zo kan je er ook tegenover staan.

In de verte zien we de contouren van Istanbul, een heel wonderlijk gezicht: witte torenflats lijken het wel, een soort New York sky.

Uiteindelijk is het toch allemaal te ver. Madelon, Khadissa en Soraya zijn in de wagen van de politie gestapt en aan de rand van hun district langs de kant van de weg gezet met onze rugzakken. Dat is niet echt veilig hier vindt de politie en dus moet er een man bij. Frans wordt opgehaald om ze bij te staan. Hij belt: Het is nog een heel eind zegt hij. Zeker nog een uur lopen voordat wij bij hen kunnen zijn. We stappen flink door, krijgen een lift van een kleine bestelwagen en komen dus eerder aan. Het is al laat, het gaat al schemeren. De politie van Istanbul komt eraan. Ze weten niet goed waarom ze ons moeten bijstaan maar ze doen het. Kamperen hier in Samlar vinden ze geen goed idee. Het wordt al donker. Ze nemen ons mee naar de bewoonde wereld en zetten ons af bij een restaurantje. De eigenaar wilde eigenlijk sluiten maar staat ons toch bij met een heerlijke maaltijd. Wel flink duurder dan tot nu toe. Soraya en ik moeten naar de toilet. We worden meegenomen naar de kazerne. Daar vraagt een agent ons wat onze groep eigenlijk hier doet. Ze hebben echt geen idee.

We krijgen een soort sightseeing tour: uitzicht over het meer, bezoek aan de waterzuiveringsinstallatie voor een kop thee. Er is een prachtig grasveld, mooi voor onze tenten denk ik, met een prachtig uitzicht op Istanbul. Later hoor ik van Sedat dat we onze tenten daar op hadden mogen zetten maar dat hij gezwicht is voor de groep die dat niet wilde. Het wordt later en later. Ik wil eigenlijk gewoon naar bed. Kamperen is dus geen optie meer. Khadisya en Soraya hebben  ook totaal niets bij zich voor de nacht, zouden eigenlijk weer bij vrienden gaan slapen maar ja het loopt nu allemaal anders.

De politie krijgt er eindelijk genoeg van. Ze brengen ons naar de Holiday Inn. Ik moet wel lachen, dat is een heel duur hotel, net goed denk ik, als je dan niet wil kamperen dan betaal je maar. Sedat denkt wat te kunnen regelen maar daar trappen ze niet in. Ze vragen 100 euro p.p. Het is inmiddels na 11 uur.

Wat nu? We kunnen het hotel Turvan, dat Wim en ik geregeld hebben voor ons na aankomst  in Istanbul, bellen en vragen of er plaats is. Er is plaats. De politie zet ons af bij het busstation alwaar we in 2 taxi’s naar het hotel vertrekken. Ik weet waar het is. Tegen twaalven komen we eraan. We verdelen ons in 2 kamers van 4 en een van 2. Sedat regelt een schappelijke prijs. We kunnen na een douche dan eindelijk naar bed. Eerder en anders dan verwacht zijn we dan in Istanbul aangekomen op 10 minuten loopafstand van Topkapi alwaar we de volgende dag om 16.00 uur verwacht worden.

admin Uncategorized

Dag 105. Akalan naar Durusu Park Evleri

8 augustus 2009

Klik hier voor de route.
Akalan naar Durusupark evleri
5 augustus 2009

Annemiek is niet lekker aan het ontbijt. Wij bellen met Khadija zodat Annemiek met de taxi naar haar kan om uit te rusten. Na het regelen van taxi vertrekt de rest van de group bergop richting Dağyenice.

Wij lopen eerst een stille asfalt weg van 3 kilometer omhoog naar een posbad. Rustige pad lopen we zonder noemenswaardige inspanning en komen na 4 kilometer op een asfalt weg die ons naar Dağyenice brengt. Dağyenice heeft een moskee met een eeuwenoude minaret.

Dorpsbewoners make ons atten dat er in de buurt van het dorp bunkers zijn die het bezichtigen waard zijn en dat wij dan door het bos naar Durusu park evleri kunnen lopen. Wij gaan de uitdaging aan om door het militaire bos naar Durusu te lopen. De bunkers uit de tijd van de Russische oorlog 1877 zijn het waard om om te lopen. Wij moeten naast het omlopen nog een kleine bos kappen om te ondergrondse bunker te kunnen zien. Na een half uur van hakken komt een koele lucht uit de opening van de bunkergrot.

Sedat wordt gek van het ijle lucht.

Sedat wordt gek van het ijle lucht.

Volgens een stadlegende lopen de bunkers door tot onder Istanbul, wij komen niet verder dan 100 meter door de modderige ondergrond. Wij zijn vies en moe en wij moeten nog kilometers lopen naar het huis van Maria waar we vannacht gaan slapen.
Verslag van Yvonne:

Woensdag 5 augustus: Akalan- Durusupark: 22km (+ zeker 10 kilometer met auto’s)

S’ Ochtends gaan we eten in het restaurantje van de avond daarvoor. Ernaast zijn kranen waar bronwater uitkomt en waar veel gebruik van gemaakt wordt door de plaatselijke bevolking. Het water zou goed zijn voor de nieren.

Annemiek voelt zich nog niet goed om te lopen en zal met een auto naar Ghadissa en Soraya (vrouw en dochter van Sedat) gaan in Istanbul. Onderweg zal ze onze rugzakken afgeven in Durusupark bij het Nederlands/Turkse echtpaar waar we die avond bij genood zijn.

Wim en Sedat gaan met de auto van wat dorpelingen mee die ons een zandpad naar het volgende dorp zullen wijzen, dwars door de bergen. Het is bewolkt en het lopen gaat dus prima zo. We komen aan in Dagyenice. Er is een moskee met een oude minaret. Na het theedrinken en inslaan van wat voedsel voor de lunch vervolgen we onze weg. Hier is vroeger gevochten in de tijd van de eerste wereldoorlog tussen de Grieken en de Turken. Turkije had toen de kant van Duitsland gekozen en had dus ook nog Rusland tegen zich. Er zijn bunkers. Twee jongens op een brommer nemen ons mee de velden en het struikgewas in. Ze willen ons een loopgraaf laten zien. Het is overwoekerd door struiken en doornen. Er wordt een bijl gehaald. Sedat en Wim doen verwoede pogingen om een weg te kappen en dat in die hitte. Dan voelen we een ijskoude luchtvlaag. Dat blijkt uit de tunnel/loopgraaf te komen. We komen er uiteindelijk dan toch. Een enorme grote tunnel die tot Istanbul zou gaan. Het is er koud, modderig, vochtig en er staat water in. Wel een bijzondere ervaring. We klimmen weer terug naar de weg, komen een herdenkingsmonument tegen voor de gesneuvelde Turken uit een oorlog tegen de Russen in het begin van de 20e eeuw. We bevinden ons bij militair gebied. De jongens wijzen ons de weg. Eerste driesprong links, tweede driesprong rechts. Maar ja wat is een driesprong? Daar is de groep het niet met elkaar over eens. Men ziet zijwegen voor een driespong aan. De eerste is het dan duidelijk niet want dat leidt naar een bunker. De tweede volgens de groep wel. Ik zie wat verderop dat het militair gebied eindigt en dat daar onze weg eindigt en dan kun je alleen maar naar links of rechts. Waar we nu echter afslaan is gewoon een zijpad. Maar ik ben moe en heb de puf niet om even verderop te gaan kijken, bovendien gaat de groep al op pad en als ze even verderop weer een zijpad zien denk ook ik dat het wel goed zit. Het pad waar we dan op lopen wordt echter steeds smaller en raakt overwoekerd door doornen en struiken. Ik loop achteraan, twijfel hevig aan deze weg, denk toch dat we het allereerste brede pad hadden moeten aflopen tot het einde maar ja de groep is al veel verder. Uiteindelijk heeft iedereen in de groep door dat het fout zit. We staan midden in een dal met struiken. Het pad is verdwenen. We zien op een berghelling wat wits schemeren, is dat misschien een pad? In de verte op een andere bergtop zien we een toren, de toren waar we naar toe moeten volgens Sedat maar niemand voelt er wat voor om dwars door de struiken te gaan banjeren want nu hebben we overzicht, straks niet meer. Er zijn mensen die terug willen maar dat is wel een eind lopen, anderen waaronder ik willen uit het dal naar het witte en dan de berg op naar rechts, daar moeten toch ergens wegen zijn, links van ons zien we de Zwarte Zee en eindeloze bossen, daar moeten we zeker niet heen. Ik denk nog altijd dat de weg die ik eerder had gezien ergens rechts van ons moet lopen. We gaan de berg op, het witte is geen pad maar een zandplek. Toch maar de berg op dan hebben we tenminste overzicht. Wim slaat af naar rechts. Frans wil niet meer verder, we moeten niet gaan dwalen. Ik ben het met hem eens dat we niet moeten gaan dwalen, tenslotte moeten we in de gaten houden hoe we terug moeten eventueel. Bovendien moeten we onze krachten sparen. Het heeft geen zin om allemaal door te gaan. Dan maar liever een van ons die de weg verkent. We hebben nl. nog nauwelijks water. Het is 4 uur en de zon brandt. Marjan blijft ook achter. Uiteindelijk bellen we Sedat. Ze blijken maar even verderop te zitten op een pad alwaar Wim naar links is gegaan. Sommigen van ons zijn in paniek. Madelon wordt gebeld door haar vriendje. Sedat heeft geen GPS bij zich dit keer, maar kan wel een signaal afgeven dat op de computer van het vriendje kan worden waargenomen. Zo ziet hij waar we zitten en zegt dat we 1 kilometer verderop bij de weg zullen komen. We zaten dus in de goede richting. We rusten nog even uit en eten een koekje/mueslireep. Een negatieve opmerking naar me voor de zoveelste keer vanwege iets wat ik echt niet gehoord heb. Ik reageer hierop en ontvang hoongelach. We vervolgen onze weg. Ik ben best boos, mijn slechte gehoor is een zwak punt waar ik meestal wel goed mee om kan gaan maar door vermoeidheid krijgen gevoelens van machteloosheid en me buiten gesloten voelen een kans. Als de groep af wil slaan bij een zijpad neem ik dit keer echter wel het heft in handen want ik zie verderop een weg naderen en vermoed dat dat even verderop ons kruist en dat dat de weg is. Dat blijkt ook zo te zijn. De groep gelooft me dit keer en komt me achterop. Als we verder lopen zien we in de verte een asfaltweg met auto’s. Sedat belt het echtpaar waar we die avond bij zullen slapen en de man Sinan haalt ons met zijn truck op. We worden hartelijk ontvangen door zijn Nederlandse vrouw Maria. Ze wonen in een gigantische villa met zwembad en tuin en fantastisch uitzicht. Ik krijg samen met Madelon een kamer. Ik ben moe, door slaapgebrek, de hitte, de spanningen van de afgelopen dagen. Ik ga even zwemmen, liggen en daarna wat slapen. Later in gesprek met Sinan blijkt dat hij via internet een plattegrond van de wegen in de omgeving kan uitprinten voor de volgende dag. Dat scheelt.

We krijgen een heerlijke maaltijd. Maria blijkt een uitstekende gastvrouw al had ze hooguit 2 mensen verwacht en geen 7 toen ze de uitnodiging deed. Ze wonen al jaren in Turkije. Hij doet wat in textiel maar is nu gepensioneerd en zij is kunstenares en geeft nog wel les in Istanbul. Die nacht slaap ik redelijk goed.

admin Uncategorized

Dag 104. Binkılıç naar Akalan

8 augustus 2009


Klik hier voor de route.

Verslag van Yvonne:

Dinsdag 4 augustus: Binkilic – Akalan: 32 kilometer

Ook deze nacht slaap ik slecht.’s Ochtends is de tent nat van de dauw die zich over het dal heeft uitgestrekt. We vouwen hem dus nat op.

Om 7 uur staat de politie voor. Ze brengen Sedat en mij naar de legerpost en ook Frans komt er al aan. We moeten wachten op de commandant die nog afscheid wil nemen. Er is weer water in het dorp en schoonmaakdag op de legerpost. Het fornuis wordt naar buiten gesjouwd en geschrobd. Wij wachten. We mogen uiteindelijk van Sedat onze ontbijtspullen pakken en opeten. Dit maal krijgen we geen thee aangeboden. De commandant verschijnt en geeft ons een soldaat mee om ons het dorp uit te begeleiden en de goede weg te wijzen.

Het is een prachtig pad. Even zijn we in verwarring bij een kruising maar als we een huisje/schuur in het struikgewas ontwaren weten we dat we rechtsaf moeten slaan. Een bruggetje over, een weggetje door het veld en we zijn weer op een breed gemakkelijk begaanbaar pad dat op een groot dorp Yaylacik uitkomt. Hier weer onthaal van de mannen in het theehuis. Eentje woont beurtelings in Duitsland en in Turkije, is nu met pensioen.

De achterblijvers van de groep bellen: ze zijn weer redelijk op orde, zullen om 11 uur ons met een hotelbusje achterop komen. Ze zullen ons ontmoeten bij het volgende dorpje Danamandina op onze wandelroute.

Met zijn drieen gaan we verder. Geen zandpaden dit keer, maar gewoon de asfaltweg. Langs de weg wat kinderen die de koeien hoeden. Gelach als ze ons zien.

We lopen flink door maar op een gegeven moment ben ik toch weer ver voorop. Het beloofde dorpje verschijnt niet. Er is een kruising van wegen, een aanduiding naar Istanbul en een aanduiding schuin terug via een andere weg naar Danamandina. Wat nu? Ik ga maar zitten langs de weg en wacht op de anderen. Dat duurt wel even en uiteindelijk stopt er een busje met alle anderen van de groep. We gaan met het busje een aantal kilometers verder. Het genoemde dorpje ligt inderdaad niet langs deze weg. We komen bij een waterfabriek aan de rand van het dorp Gumuspinar. Marjan, Annemiek en Madelon gaan met het busje verder naar ons einddoel en zullen een kampeerplek regelen. De anderen gaan op pad. Het is 12 uur. De zon hoog aan de hemel en ik heb er al weer 11 kilometer opzitten. Volgens Sedat is het volgende dorp niet ver en kunnen we daar wel water krijgen en lunchen. Hij heeft gevraagd hoe we daar moeten komen. We gaan eerst langs de asfaltweg, slaan daarna naar rechts af op een breed landelijk pad en na een half uur gaan we dan weer naar links. Al snel is er een soort picknickplek aan de linkerkant terwijl ons goed begaanbaar en breed pad verder gaat. We pauzeren daar even en dan gaan we tot mijn verbijstering een heel smal pad links in. We lopen dus in feite weer terug in de richting van de asfaltweg. Wim, nog helemaal fris en goed uitgerust loopt voorop. Het pad, eigenlijk niet eens een echt pad wordt steeds smaller en lijkt te verdwijnen. We vorderen langzaam door de vele struiken en doornen. Ik heb er goed de pest over in, begrijp totaal niet waarom we zo nodig op deze wijze het bos in zijn gegaan en het goede pad hebben verlaten. Zo komen we toch nooit bij het dorp, kan me niet voorstellen dat ons dit is aangeraden. Ik hoor het verkeer dichterbij komen. Uiteindelijk komen we weer op een pad, we zien de asfaltweg heel dichtbij.  Ze kunnen me wat, ik heb gisteren genoeg gestruind en wil dus naar het asfalt. Dat doen we dus ook uiteindelijk. We volgen nog zeker een uur deze weg. We hebben honger. Iets rechts van ons zien we het dorp Ihsaniye. We stoppen bij een tentje langs de weg. We worden daar onthaald met thee, watermeloen en koekjes. We nemen water in, vragen de weg naar Akalan en gaan dan dwars door de akkers op pad. Onderweg nog een herder die we de weg vragen maar die zegt dat we het nooit zullen vinden. We passeren een watertje, komen er overheen en moeten dan een berg op zegt Sedat. Het pad gaat terug naar rechts terwijl wij naar links naar boven moeten. Wim wil weer dwars door het stuikgewas en het bos de steile berg op, maar dat gaat me te ver. Ik wil perse een weg volgen, ga dus naar rechts en vind het pad dat naar links omhoog gaat. We komen bij de ons beloofde steengroeve waar grote borden staan met gevaar en verboden terrein. We zien een meer, lopen naar boven, volgen een goed pad en dan op een kruising weer omhoog. In de verte zien we het einddoel beneden liggen. Het pad stijgt en Sedat besluit toch maar om te keren en omlaag te gaan naar in ieder geval de autoweg die langs Akalan loopt. We zijn uiteindelijk blij op het asfalt aan te komen nadat we eerst nog een soort greppel over moesten om kennelijk auto’s te verhinderen dit pad te nemen en en moeten dan nog de twee a drie kilometers lopen die ons scheiden van Akalan.

We komen daar om ongeveer 18.00 uur aan. De drie vrouwen van onze groep, Marjan, Madelon en Annemiek zitten bij de speeltuin bij een prachtig grasveldje waar ik mijn tent opzet om te drogen.

Ze hebben het zowaar voor elkaar gekregen om een leegstaand huis voor ons te reserveren. Er zou geen goede kampeerplek zijn. Er is water en een douche en een tuin. Marjan, heel aardig, wast onze kleren en we hopen dat dit nog zal drogen.

We eten in een klein restaurantje alwaar de dochter, die in Istanbul studeert, engels spreekt. Daarna ga ik naar mijn tentje. Ik zie dat op het voetbalveld ongeveer 50 meter verder veel dorpelingen een wedstrijd gadeslaan. Er zijn ook veel schijnwerpers die op mijn tent schijnen. Er komen kinderen naar me toe. Eentje spreekt er wat engels. Ik praat met hen en zeg uiteindelijk dat ik nu wil gaan slapen. Dat is okay. Ik wurm me in de tent en dan komt Madelon die me zegt dat de dorpelingen niet willen dat ik daar slaap. Ik kom eruit en zie Sedat naderen die beduidt dat het goed is dat ik daar blijf en dat het licht van de schijnwerpers om 01.00 uur uitgaat. Ik heb een rustige nacht, de tent is wel vochtig. De Zwarte Zee is dichtbij vandaar. Als ik om 01.30 uur ga plassen zie ik een prachtige, haast volle maan. In de verte blaft een hond. Ondanks alles slaap ik slecht.

admin Uncategorized

Dag 103. Saray naar Binkılıç

8 augustus 2009

Klik hier voor de route.

Verslag van Yvonne:

Maandag 3 augustus : Saray- Binkilic: 31,70 km.

Als de wekker gaat deelt Annemiek me mede dat ze de hele nacht heeft overgegeven en dat ze diarree heeft en niet in staat is om te lopen. Ik heb goed geslapen en niets gemerkt. Ze vertrekt naar haar vriendinnen en Sedat. Dan blijkt dat 5 van de groep niet in staat zijn om verder te lopen: diarree, vermoeidheid, blaren. Dit vergt enige organisatie van de kant van Sedat. De 5 besluiten een extra nacht in het hotel te blijven. Frans, Sedat en ik gaan dan om half negen op pad. De lucht is bewolkt. Het is wel heet natuurlijk maar toch wat koeler dan anders. We lopen de stad uit. Volgens Sedat zijn er genoeg dorpjes onderweg dus ik hoef niet veel water mee te nemen. Het eerste dorpje zou langs de asfaltweg liggen niet al te ver. Het landschap is groen, een en al bossen en struiken. De weg is glooiend, niet druk en het asfalt niet zo dat je schoenen er aan blijven kleven.

Zijwegen zijn er amper en staan haaks of lopen terug op mijn weg, dus niet bepaald een mogelijkheid om af te slaan. Op elke heuvel die ik bereik verwacht ik het dorpje te zien liggen, maar neen hoor. Alleen eindeloze bossen. Regelmatig kijk ik achterom waar de twee mannen zijn. Zij lopen trager. Sedat is zoals gewoonlijk aan het telefoneren. Ik zie ze wel in het dorp denk ik. Ben blij dat ik nu eens gewoon door kan lopen. Op een gegeven moment zie ik ze niet meer, maar door de golvende weg is het ook niet mogelijk om alles te zien. Een auto stopt en beduidt dat de twee anderen zijn gaan rusten. Althans dat denk ik. Ik vind het best, weet nu waarom ze achterblijven en denk ze wel in het dorp tegen te komen. Ik loop dus door.

Later stopt een auto en daar komen de twee mannen. Frans is kwaad. Vindt dat ik niet zomaar door had mogen lopen. Ze hadden wellicht af willen slaan. Ik dien hem van repliek  Na deze wederzijdse uitbarsting lassen we een rustpauze in. Daarna weer verder. Mijn water raakt op. We passeren een waterfabriek. Die doen we aan. Sedat weer uitvoerig aan de praat. Wij krijgen thee en water. Daarna komt de gendarme ons achterop en neemt onze rugzakken mee. Ze waren verontrust dat we nu nog maar met drie waren.

In Safalaan, het dorpje dat uiteindelijk na 15 km dan verschijnt, kom ik als eerste bij het theehuis en de politie aan. Ze kijken me vragend aan. Ik beduid dat Frans Sedat op de video opneemt bij het bord met de plaatsnaam en dat ze zo wel zullen komen.

Sedat gaat daarna in conclaaf met politie en dorpelingen. Frans en ik praten ons meningsverschil uit. Frans wil betrokken worden bij het gesprek dat Sedat met de anderen heeft en wil dat hij meer vertaalt.. Mij kan het niet zoveel schelen. Uiteindelijk zouden we dan op pad gaan maar we moeten nog lunchen. We kopen in en een jongetje zegt dat zijn moeder wel eieren voor ons wil bakken. Dat nemen we natuurlijk aan. We gaan terug naar het cafe en verorberen een heerlijk maal. We hebben ook inkopen gedaan voor de avond en de volgende ochtend want we gaan kamperen in Aydinlar een klein dorpje en daar zou volgens Sedat wel eens helemaal niets kunnen zijn. Alles zal vervoerd worden door de burgervader.

Om drie uur dus uiteindelijk weer op pad. Sedat weet waar we af moeten slaan. Hij is er net geweest met de politieauto. Maar Sedat is er niet helemaal bij en denkt dat het eerder is dan uiteindelijk het geval blijkt te zijn. We komen een bankstel tegen dat zomaar weggemikt is.

Dat herkent Sedat. Uiteindelijk toch het zandpad gevonden waar we af moeten slaan. Het is een tractorspoor dat zigzag loopt. We moeten op een bergrug blijven. Sedat gaat steeds langzamer lopen. We zien dat hij moet overgeven. Hij voelt zich niet goed.

Uiteindelijk passeren we een brede zandweg, maar dat moeten we alleen maar kruisen. Opnieuw de paadjes in en uit. Het zou niet ver zijn maar dat hebben we meer gehoord. Sedat en ook Frans gaan liggen en vallen in slaap. Daar sta ik dan en kijk op het sterke geslacht neder. Zonder rugzak, zonder camera, zonder matje. Om zo maar te gaan liggen met mijn nieuwe dure Icebreaker T shirt vind ik wat zonde. Ik ga dus zitten. Uiteindelijk om 18.15 uur wek ik de beide mannen. Om ongeveer 20.00 uur gaat het donker worden en we moeten dan toch echt dit bos uit zijn want je ziet dan niets meer. We gaan verder, het pad daalt en wordt ook steeds onbegaanbaarder, overwoekerd met doornen van struiken. Dat klopt niet, terug een ander zijpad. De GPS aan, we zijn er niet zo ver vanaf. We stijgen weer, maar ja het wordt wel steeds later. Frans in paniek, Wederom de GPS aan, we zijn verder van ons doel af dan eerst maar ja bergruggen gaan wel eens kronkelig. Maar Sedat zwak, Frans paniekerig dat is geen goed  uitgangspunt. Sedat besluit terug te gaan naar het brede zandpad en dat te volgen naar Binkilic, het dorp dat we niet moeten hebben maar dat tenminste bewoonde wereld is en even later zichtbaar en bereikbaar. Inmiddels tegen de 30 km gelopen en al 19.30 uur. We zien het dorp in de verte tegen de berg liggen, dat is nog ver. Sedat belt de politie. Ze komen ons halen en zetten ons af bij een legerpost.. We blijken in een driekwart rondje te hebben gelopen, ruim 17 km terwijl we pas op 7 km afstand van ons vorige dorp zitten.Sedat wil toch eigenlijk wel naar ons oorspronkelijke doel.Maar dat is niet nodig. We worden onthaald op de legerpost met thee en avondeten. Frans mag slapen bij een rekruut en Sedat en ik slapen die nacht in onze tent bij de brandweer. De grond is daar stenig en we krijgen niet alle haringen in de grond. Geen probleem,de brandweer komt met een levensgrote mokerhamer en een houten priem. Maar ook die krijgen ze de grond niet in. We binden dus de tent maar vast aan een balk. Hij staat dan wel niet erg stevig maar voor een nacht moet dat kunnen. Het dorp zit tot laat in de avond zonder water dus Frans loopt zijn douche mis en wij kunnen de toilet niet doortrekken. Nu is dat niet zo erg want het is een Frans toilet, gat in de grond dus en het stinkt er toch altijd.

 

 

admin Uncategorized

Dag 102. Vize naar Saray

8 augustus 2009
Bij Vize Çakıllı Ky. bevind zich de naar schatting 8 eeuwen oude Platanus x acerifolia.

Deze boom is 9,40 m hoog en heeft een omvang van bijna 3 meter! Tor de meest illustere bezoekers aan dit natuurmonument behoorde Hare Koninklijke Hoogheid prinses Irene der Nederlanden, voormalig echtgenoot van Zijne Koninklijke Hoogheid prins Carlos-Hugo de Bourbon-Parma.

Bij de eeuwenoude plataan tussen Vize en
Bij de eeuwenoude plataan tussen Vize en
Afscheid van Ismail en Veli ( Photo by Frans dede)

Afscheid van Ismail en Veli ( Photo by Frans dede)

Met de Politie op naar Vize ( Politie ambtenaar Ismail)

Met de Politie op naar Vize ( Politie ambtenaar Ismail)

Klik hier voor de route.

Verslag van Yvonne:

 

Zondag 2 augustus: Vize-Saray: 22 km.

Ondanks de bank slaap ik slecht met al die vrouwen om me heen. We ontbijten met Bülent in het stadje en worden daarna met een busje de stad rondgeleid.

Er is een Romeins forum, stukken muur en torens en een oud kerkje/moskee. Daarna tijd om wat te internetten in het gemeentehuis. Niet echt eenvoudig om dat op een Turks toetsenblok te doen. Het duurt wel even voordat ik door heb dat de i in Turkije twee letters vormen, een met en een zonder puntje. Toen ik dat wist was internetten geen punt meer en kon ik mijn hotmail lezen en mijn eerste verslag versturen. Na een gezamenlijk broodje en ijsje (niet echt lekker, het ijs wordt met een soort harsachtige substantie bereid dus het lijkt een beetje op kauwgom) pas om 14.00 uur op pad. Marjan en Madelon gaan met de bus en nemen de rugzakken mee. Een politieagent loopt met ons mee. We nemen afscheid van Bülent en zijn zeer aardige en gastvrije moeder en volgen de landpaadjes. Onderweg krijgen we voorlichting over de diverse wilde vruchtbomen: appeltjes en peren en pruimen. Walnoten ook maar die zijn nog niet rijp. Ook bramen zijn er te vinden. De agent vind het lopen op landpaadjes uiteindelijk toch leuker dan op asfalt, iets wat hijzelf niet verwacht had. In de tussenliggende dorpen Okculan,Evrenli, Cakili trekken we natuurlijk veel bekijks en drinken we uitvoerig thee of frisdrank. Bij het laatste dorp van zijn district Kavacik neemt de agent ons eerst mee naar het theehuis met een eeuwenoude boom. Ik hoor later dat onze prinses Irene hier ook voor deze boom geweest is. De politieagenten uit de politieauto voegen zich ook bij ons. De laatste kilometers van hun district volgen, daar is een bron met fris water. Wij vrouwen zien eindelijk kans om achter wat struiken ons water te lozen en zien dan tot onze verbijstering dat de politieauto is weggereden. Sedat zegt dat ze een oproep hadden gekregen: er was wat gebeurd, dus moesten ze onmiddellijk weg. Na een half uur komen ze ons toch nog achterop om afscheid te nemen.

Nu rest ons nog enkele kilometers voor Saray. Ik heb pijn aan mijn heupen en rug. Ik kan ook niet in mijn eigen tempo lopen, dat breekt me op.

We zouden gaan kamperen maar daar komt niets van in. Marjan en Madelon hebben een hotel gevonden dus daar gaan we heen.. Het is ook weer laat ongeveer half negen.

In Saray bij het busstation de rugzakken opgehaald en dan naar het hotel. Daarna nog naar een restaurant om nog wat te eten en dan het bed in. Ik slaap nu samen met Annemiek.

 

 

admin Uncategorized