Verbod op minaretten. Een reactie van Gied ten Berge
Aan de redactie van Podium
Trouw
Maarssen 30 november 2009
Geachte redactie,
Nu is het al een minarettenverbod, maar ook christenen en aanhangers van andere religies en levensbeschouwingen zijn nu aangesproken vanwege een maatschappelijk voelbaar en zich versterkend anti-godsdienstig klimaat. Te veel onverlichte zielen nemen er aan deel, van hoog geleerden tot de bakker om de hoek. Ze lijken bijvoorbeeld al niet te weten dat minaretten waarschijnlijk ontstaan zijn uit de oudste torentjes van de oudste, Syrische christelijke kerken, eigenlijk ‘zuilen’ waarop christelijke asceten, de pilaarheiligen, Gods lof verkondigden! Men praat elkaar na over een ‘achterlijke moslim cultuur’ zonder te beseffen dat zonder de Spaanse islamitische cultuur, de filosofische renaissance van Europa niet mogelijk zou zijn geweest. De Turkse moslim Sedat Cakir die vorig jaar de oude weg naar Santiago ging, vertelde me op die weg tot de conclusie te zijn gekomen dat christenen en moslims niet zo bang moeten zijn voor wederzijdse besmetting, want ze zijn al eeuwen besmet door elkaar, maar weten dat vaak niet!
Het is hoog tijd dat bisschoppen, synodevoorzitters, het liefst ook weer de kerkelijke vredesbeweging (die bijna alleen nog maar ver van huis werkt) het voortouw nemen om de rauwe populistische krachten die ‘de joods-christelijke cultuur’ zeggen te vertegenwoordigen, met kracht tegen te spreken. Vanuit een ‘brandende zorg’ van een ‘Bekennende Kirche’ omdat een redeloos en intolerant Europees ‘heidendom‘ in een nieuwe (vierde?) versie, nu vooral gericht tegen de moslims, de vrijheid van godsdienst aanvalt. Dat dit populisme opportunistische liberale, maar ook christelijke meelopers kent, is helaas een feit. Te meer reden om nu kleur te bekennen.
Maar zijn er dan geen problemen met de islam, die ‘benoemd’ zouden moeten worden? Natuurlijk wel, maar die horen besproken te worden in een permanente, diepgaande en brede dialoog van Europese christenen, joden en moslims, maar ook van boeddhisten, hindoes en niet-religieuze humanisten. Het zijn namelijk problemen die op iedereen slaan. Ze gaan niet over minaretten of hoofddoekjes (die mijn moeder en mijn tante in het klooster ook droegen!) en niet over praktische of ethische kwesties alleen, maar over gedeelde theologische en filosofische vragen, die de onderlinge vreemdheid uitmaken en die ieders moderniteit betreffen. De spanningen tussen identiteit en universaliteit en de typische Europese religievijandigheid zijn daarbij als gemeenschappelijke thema’s niet te vermijden. Daarvoor is het heel nodig dat we bij onszelf en bij elkaar een vermogen tot inclusiviteit leren aanspreken, waarin ook diepste overtuigingen ter discussie mogen staan. De Nederlandse bisschoppen zouden zich in dit verband eens moeten afvragen, of ze de christenheid in eigen land wel een dienst bewezen hebben door de dialoogstudies binnen hun eigen beroepsopleidingen te schrappen en te kiezen voor eigenheid en exclusiviteit. De kerken zouden samen als signaal een Zondag van de Interreligieuze Ontmoeting en Dialoog kunnen instellen. Tegen mijn vrienden in de vredesbeweging zou ik willen zeggen: het anti-moslim populisme Europa uit, om te beginnen uit Nederland!
Gied ten Berge
Socioloog, oud-medewerker IKVPaxChristi, MA student ‘Wereldreligies in Confrontatie en Dialoog’.

